21-12-2011
Na vele gesprekken, brainstormsessies en zelfs nachtelijk overleg, betraden Koos Steehouwer, Ronald Glaudemans en schrijver dezes op 21 augustus 1991 het pand van notaris Hanemaaijer in Utrecht en ondertekenden het statuut van oprichting van de SBN. Nu het bestaan van de stichting een feit was geworden was er flink wat werk aan de winkel. Er moesten donateurs worden geworven en het nadenken begon over wat we die donateurs zouden gaan bieden. Als jonge honden in die tijd hadden we over de donateurswerving wel onze ideeën en nadat ook de overige bestuursleden daarmee akkoord gingen, konden we in het najaar van 1991, en wel precies op 11 oktober, onze slag slaan. Die dag was er namelijk naar aanleiding van de pensionering van Herman Janse bij de oude Rijksdienst voor de Monumentenzorg een symposium georganiseerd onder de titel `Het grote verband’. Met toestemming van de organisatie zorgden we ervoor dat op iedere stoel in de zaal een convocatie lag van de zojuist opgerichte SBN. Onze actie had succes: een groot aantal aanwezigen werd direct donateur, temeer omdat jubilaris Herman Janse - hij maakte op die dag tevens bekend voorzitter te zullen worden van de SBN - en ook medeorganisator Dirk de Vries er gedurende die dag goede reclame voor maakten. En zo hadden we al meteen vanaf het prilste begin een redelijk groot aantal donateurs voor onze stichting gewonnen, namelijk 76.

De Bouwhistorische en Archeologische Dienst tijdens een excursie naar Gent op 15 juni 1994.
(foto R. Gruben)
De volgende stap was die donateurs op de hoogte houden van de activiteiten die we binnen de SBN zouden gaan ontplooien. Dit zou gaan gebeuren door middel van een Nieuwsbrief, waarvan we hoopten dat die op termijn zou uitgroeien tot een heus tijdschrift; een hoop die de huidige redactie ten volste heeft waargemaakt. Besloten werd dat Ronald Glaudemans en ondergetekende daarin het voortouw zouden nemen en dat Herman Janse - die na zijn pensionering toch over wat meer vrije tijd beschikte - de eindredactie van dit nieuwe medium zou gaan verzorgen. Zo gezegd, zo gedaan. Rosemarie van Boxel, de vrouw van Koos Steehouwer, ontwierp speciaal voor ons een logo dat zich gemakkelijk liet kopiëren. Het was in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw nog de tijd van knippen, plakken en kopiëren!
En zo gingen we in de winter van 1991-1992 vol goede moed van start met het maken en vullen van het eerste nummer van de Nieuwsbrief Bouwhistorie. Daarbij werden we ondersteund door medebestuurslid Ad van Drunen, bouwhistoricus van de gemeente ’s-Hertogenbosch, en we konden daardoor zonder problemen gebruik maken van alle faciliteiten die de toenmalige Bouwhistorische en Archeologische Dienst (BAD) van die gemeente ons bood. De BAD was toen een vergaarbak van enthousiaste en fanatieke lieden op het gebied van bouwhistorie en archeologie. Iedere dinsdagavond had de afdeling archeologie een ‘velpon-club’ van vrijwilligers die scherfjes aan elkaar plakten en al vanaf 1988 werden er in de avonduren cursussen bouwhistorie gegeven. Een groot aantal van de toenmalige vrijwilligers en cursusleden was op een of andere manier aan ‘de dienst’ verbonden gebleven en kwam veelvuldig op een doordeweekse avond de oude Bethaniëkerk binnenlopen, waarin de BAD gevestigd was. Ook in de weekeinden was het vaak volle bak. Dat alles was mogelijk omdat de Bethaniëkerk ver verwijderd was van de andere gebouwen van het stadskantoor en daardoor buiten de normale beveiligingsprocedures viel. In feite hadden we er volkomen vrij spel. Ronald Glaudemans en ik waren via Ad van Drunen in bezit van een sleutel en konden zodoende tot diep in de nacht doorgaan als dat nodig was, en wij waren niet de enigen!
In deze context was het voor ons dus eenvoudig om te kunnen beschikken over alle faciliteiten die nodig waren om de eerste nummers van de Nieuwsbrief Bouwhistorie te kunnen maken. Een woord van dank aan Ad van Drunen en de gemeente ’s-Hertogenbosch, welke laatste natuurlijk onwetend was van deze situatie, is hier wel op zijn plaats... Een verkwisting van gemeenschapsgelden is het zeker niet geweest! Zo ontstond in maart 1992 het allereerste nummer van de Nieuwsbrief Bouwhistorie. Voor de vulling hadden we niet echt veel moeite hoeven doen. Vanzelfsprekend moest het geheel geopend worden met een stuk van onze kersverse voorzitter Herman Janse. Vervolgens had Koos Steehouwer al een artikel klaarliggen over wat later zou uitgroeien tot de zo bekende Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek. Ada van Deijk, de vriendin van bestuurslid Jean Penders, verzorgde een boekbespreking over de kerk van Leur en met wat huishoudelijke mededelingen van ons, als redactie, was er nog één bladzijde over voor de actuele ledenlijst van de stichting. Die bestond op dat moment zoals vermeld uit 76 personen, voornamelijk mensen die gehoor hadden gegeven aan de folderactie van 11 oktober 1991.
Aan kopij hadden we de eerste nummers in ieder geval geen gebrek. We konden goed merken dat Nederland toe was aan een stichting die de over het algemeen solitair werkende bouwhistorici met elkaar verbond. Iedereen was enthousiast en bereid zijn schouders onder dit nieuwe initiatief te zetten.
Al in het tweede verschijningsjaar (1993) besloten we het medium een professioneler jasje te geven, het ging al een beetje in de richting van het zo begeerde tijdschrift. Omdat ik altijd nauw betrokken ben geweest bij de Vereniging Vrienden van Brabantse Kastelen, stelde ik voor de kaft voortaan op dezelfde wijze vorm te geven als die vereniging dat deed voor haar tijdschrift. Een telefoontje naar voorzitter Bas Aarts zorgde voor de juiste contactgegevens van de Copyshop die dat alles verzorgde. Daarbij bleek dat ook de feitelijke productie uit handen werd gegeven en omdat dit voor relatief weinig geld kon, stelde ik het SBN-bestuur voor om dit ook voor onze eigen Nieuwsbrief voortaan zo te doen. Aangezien ikzelf penningmeester van de SBN was, was een financiële onderbouwing gemakkelijk te verzorgen en de eerste bestuursvergadering in 1993 maakte dit onderwerp tot niet meer dan een hamerstuk. Saillant detail is dat ik tegenwoordig samen met Bas Aarts eindredacteur ben van het tijdschrift Brabantse Kastelen, dat nog steeds dezelfde lay-out en kaft heeft als in 1993 en dat dus model stond voor de nieuwsbrieven 5 tot en met 24!
De nieuwe omslag was niet de enige verandering: in 1993 trad Dick Zweers toe tot de redactie. In de praktijk bleef toch veel op Ronald en mij neerkomen, omdat wij nu eenmaal beiden in ’s-Hertogenbosch woonachtig waren en het gebouw van de bouwhistorische dienst indien gewenst iedere avond en elk weekend tot onze beschikking stond. Dat waren nog eens tijden! Dick Zweers en Herman Janse kregen zodoende steeds meer de rol van eindredactie, terwijl de ‘dagelijkse’ werkzaamheden als vanouds door Ronald en mij werden uitgevoerd. Herman Janse schreef in een terugblik op de eerste twee jaar van de stichting in het zesde nummer van de Nieuwsbrief (juni 1993) het volgende over deze periode: ‘De Nieuwsbrief Bouwhistorie, waarvan het eerste nummer in maart 1992 verscheen, vormt een weerslag van al datgene, wat er in de bouwhistorische wereld omgaat. Daarbij wordt een kritische instelling niet geschuwd, hetgeen door sommigen niet geheel in dank wordt afgenomen. Voor een weerwoord wordt vanzelfsprekend plaats ingeruimd. Uit dergelijke discussies blijkt, dat er nog veel verschil van mening en onbegrip heerst over de inhoud van het begrip bouwhistorie, de uitvoering van een onderzoek en de invloed daarvan op een restauratie’. Deze zinnen van onze voorzitter destijds markeren op prachtige wijze de positie die de bouwhistoricus in relatief korte tijd in het monumentenwereldje had weten te veroveren.

Receptie op de bouwhistorische dienst op 5 april 2000. Links Ronald Glaudemans, rechts Rob Gruben en in het midden op de rug gezien H.L. Janssen, stadsarcheoloog, tussen hen in vrijwillig medewerker Jan van Benthem.
(foto R. Gruben)
Vóór de oprichting van de SBN waren de bouwhistorici niet verenigd en bezaten zij geen platform waarmee zij naar buiten konden treden. Met de SBN en de Nieuwsbrief kwam hierin in korte tijd radicaal verandering. Ondanks de beperkte oplage wist de inhoud van de Nieuwsbrief velen op onverklaarbare wijze te bereiken en werd de steeds weer herhaalde oproep tot meer bouwhistorisch onderzoek alsmaar moeilijker te negeren. Zoals al eerder opgemerkt kon dit slechts geschieden omdat de tijd er rijp voor was.
Helaas hadden we ‘Malta’ gemist, omdat er op het ministerie grote weerstand bestond om de reeds vertaalde Nederlandse tekst, en dan vooral het Engelse woord ‘archeology’ aan te passen aan de betekenis die het werkelijk had, namelijk ‘archeologie en bouwhistorie’. De Nederlandse vertaling was net voor de oprichting van de SBN definitief geworden en men had simpelweg geen trek daar nu nog in te gaan rommelen. Het is een kleine smet op die verder zo succesvolle eerste jaren van de SBN. Ad van Drunen wijdde in de nummers 7, 8 en 9 (1993 en 1994) van de Nieuwsbrief een drietal kritische artikelen aan deze kwestie. Leuk is wel dat de actualiteit zinspeelt op een correctie van de omissie uit die jaren. Als een eerste stap in die richting kan worden gezien dat bouwhistorie inmiddels als specialisme is opgenomen in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), de uitvoeringsregeling die dient als wettelijke basis voor al het in Nederland uitgevoerde archeologisch onderzoek. We blijven echter natuurlijk streven naar een aparte (wettelijke) status van onze vakdiscipline, dat spreekt!
Op bovengeschetste wijze vonden stichting en Nieuwsbrief in die beginjaren steeds meer hun gelegitimeerde plaats in de monumentenwereld. Begin 1994 werd Herman Janse als voorzitter opgevolgd door Gijs van Herwaarden en moest de redactie van de Nieuwsbrief het zonder onze nestor stellen. De Nieuwsbrief was er door de nieuwe omslag en de verbeterde fotokwaliteit inmiddels een stuk professioneler uit gaan zien en hield daarmee gelijke tred met de positie van het bouwhistorisch onderzoek in Nederland als geheel, die ook beter en meer zichtbaar was geworden.
Wat we wel enigszins onderschat hadden, was de hoeveelheid werk die de frequentie van verschijnen met zich meebracht. Immers, tot en met 1994 verscheen de Nieuwsbrief viermaal per jaar. Dat bracht meer werk met zich mee dan wij tevoren hadden ingeschat. Zeker omdat Ronald en ik net bezig waren onszelf als freelance bouwhistorici te positioneren op de vrije markt. Later zouden die pogingen uitgroeien tot het Instituut voor Bouwhistorische Inventarisatie en Documentatie, kortweg IBID, maar dat is een ander verhaal. De druk om ieder jaar vier nieuwsbrieven te produceren werd dus al gauw te groot. Onze nieuwe voorzitter Gijs van Herwaarden verwoordde dit heel tactisch in zijn openingsartikel van nummer 13 (maart 1995): ‘Onze 12de Nieuwsbrief zag wat verlaat het licht. Wij zullen ons best doen daar geen gewoonte van te maken, maar u dient zich wel te bedenken: het is en blijft liefdewerk-oud-papier. Wij willen zoveel en hebben zoveel prachtige plannen, maar het komt er niet altijd van’. Mooie woorden van een begripvol voorzitter die in zijn werkzame leven al zo’n beetje alles op dit gebied had meegemaakt en wiens relativisme ons vaak stimuleerde. Kort en goed: vanwege de toenemende hoeveelheid werk die het samenstellen van de Nieuwsbrief met zich meebracht, besloten we met ingang van 1995 de verschijningsfrequentie terug te brengen tot drie nummers per jaar. Deze frequentie is later nog verder teruggebracht en vanaf mei 2008 verschijnt de Nieuwsbrief twee maal per jaar, in mei en november.
Medio 1995 trad Dick Zweers uit het bestuur van de SBN en kwam ook zijn redactieplaats vacant. Deze werd ingevuld door oudgediende Dik Berends, van wie we veel hebben geleerd. De Nieuwsbrief waarin Dik voor het eerst als redacteur optrad is die van juni 1995 (nummer 14). Drie maanden later zouden we bovendien nog ondersteuning krijgen van Elisabeth Stades-Visscher en Ronald Stenvert, die mede zouden zorgen voor de aanlevering van voldoende kopij. De redactie van de Nieuwsbrief was daarmee op vijf personen gekomen en op volle sterkte! Een eerste werkafspraak die we maakten stond meteen garant voor voldoende kopij en diversiteit: we zouden voortaan samenvattingen maken van de voordrachten die in Zeist op het Bouwhistorisch Platform werden gehouden. Het is een item dat tot op heden in de Nieuwsbrief is terug te vinden en dat naar mijn gevoel door zijn diversiteit in ieder nummer veel donateurs weer aanspreekt.
Halverwege 1997 hadden Ronald en ik het inmiddels dermate druk gekregen met onze eigen bouwhistorische werkzaamheden, dat het werk dat de Nieuwsbrief Bouwhistorie met zich meebracht ons eigenlijk teveel werd. Ronald trad terug uit het bestuur van de SBN, waarin hij de rol van secretaris overdroeg aan Gabri van Tussenbroek. Voor de Nieuwsbrief bleef hij zijdelings nog wel beschikbaar. Om in beeld te brengen wat er sinds de oprichting was gebeurd, publiceerde ik in het julinummer van 1997 een lijst met donateurs, zoals die ook in de allereerste Nieuwsbrief was afgedrukt. Waren we begin 1992 nog trots geweest op 76 donateurs, nu was dat aantal gegroeid tot maar liefst 190 en de Nieuwsbrief was onmiskenbaar het cement tussen deze vaak individueel op de bouwhistorische markt opererende lieden! Tekenend voor het toegenomen belang (en daarmee de toegenomen tijd die aan stichting en Nieuwsbrief diende te worden besteed) was dat we als bestuur in diezelfde Nieuwsbrief een heus beleidsplan tot 2001 hadden afgedrukt. De ambitie droop er vanaf en - belangrijker nog - veel ervan is de daarop volgende jaren ook daadwerkelijk gerealiseerd.
Door dit alles was het eind 1999 ook voor mij teveel geworden om een bestuursfunctie binnen de SBN en de redactie van de Nieuwsbrief nog deugdelijk te combineren met de werkzaamheden voor het toen net opgerichte BAAC. Gijs van Herwaarden schreef wat vriendelijke woorden voor mij in de 24ste Nieuwsbrief, die tevens de laatste zou zijn die ik in elkaar zou draaien. Nummer 25, dat zou verschijnen in het voorjaar van 2000, bezat een deels nieuwe redactie - aangevoerd door Albert Reinstra - en een volledig nieuwe omslag en lay-out. Het markeerde wederom een verdere volwassenwording van stichting, Nieuwsbrief en vakgebied. Sinds 2000 zijn er nog meer veranderingen geweest. Naast Albert Reinstra als hoofdredacteur, Elisabeth Stades en Ronald Stenvert trad in augustus 2004 Wim Weve toe tot de redactie, terwijl Dik Berends aftrad. Het werk kwam grotendeels op de schouders van hoofdredacteur Albert terecht (hij zocht voor iedereen altijd plaatjes op) en voor een betere werkverdeling werd er versterking gezocht. Arendie Herwig-Kempers trad in december 2006 toe tot de redactie en stelde regelmatige redactievergaderingen voor, voorafgaand aan het Platform. Vanaf november 2007 kon men ook rekenen op de grafische ondersteuning van Jeroen Nipius. Dit alles leidde tot een ‘total make-over’ van de Nieuwsbrief die vanaf november 2008 in een glanzende kleurenomslag verscheen met een nieuwe lay-out. Wim Weve trad in april 2008 af als redactielid. Albert Reinstra verzocht Ronald Stenvert in mei 2009 hoofdredacteur te worden en laatstgenoemde accepteerde dit als een tijdelijke oplossing. Met ingang van nummer 50, uitgekomen in mei 2011, is Arendie op verzoek van de andere redactieleden en met instemming van het bestuur hoofdredacteur geworden. Met ingang van nummer 51 is tot aller spijt Albert Reinstra uit de redactie getreden; de zittende redactie is hem veel dank verschuldigd voor de vele nummers die hij produceerde.
Nu, na bijna 20 jaren en allang geen jonge hond meer, kijk ik met veel genoegen terug op deze werkzaamheden van het eerste uur. Zonder overdrijving kunnen we stellen dat de zich in de jaren ontwikkelende nieuwsbrieven op prachtige wijze de professionalisering verbeelden die het vakgebied sinds de oprichting van de SBN in 1991 heeft doorgemaakt. De Nieuwsbrief Bouwhistorie, niet louter tijdschrift, maar geschiedkundig document!
Rob Gruben