De Monumentenwet 1988 en WAMZ

Voorheen was de bescherming van monumenten, waartoe ook archeologische monumenten en stads- en dorpsgezichten behoren, geregeld via de Monumentenwet 1988. In de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) is vooral sprake van de bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden. De uitgangspunten bij de Monumentenwet 1988 (na inwerkingtreding WAMZ) en de WAMZ zijn:

  • Het is verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen (artikel 11 Monumentenwet 1988);
  • Het aansluiten op de Wet ruimtelijke ordening door te stellen dat bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden met archeologie (art. 38 t/m 44 Monumentenwet 1988), waarbij een vrijstelling geldt voor terreinen met een oppervlakte kleiner dan 100 m2 (artikel 41a Monumentenwet 1988). In ditzelfde artikel staat echter vermeld dat de gemeenteraad beargumenteerde een hiervan afwijkende andere oppervlakte kan vaststellen;
  • Beleidsuitgangspunt dient behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed in situ te zijn door het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. Indien dit niet mogelijk is, dan dienen behoudenswaardige vindplaatsen te worden opgegraven;
  • Provincies krijgen de mogelijkheid om zogenoemde archeologische attentiegebieden aan te wijzen. Dit betreft gebieden binnen het grondgebied van de provincie die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting archeologisch waardevol zijn en die binnen geldende bestemmingsplannen onvoldoende bescherming genieten. Voor die gebieden dient de desbetreffende gemeente binnen een nader vast te stellen termijn een nieuw bestemmingsplan op te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige en/of verwachte archeologische waarden (artikel 44 Monumentenwet 1988);
  • Het verhalen van de maatschappelijke kosten verbonden aan het veiligstellen van archeologische waarden op de initiatiefnemer van de geplande ruimtelijke ingreep. Met andere woorden: de verstoorder betaalt;
  • Introductie van marktwerking voor de uitvoering van archeologisch werk en controle van de kwaliteit hiervan middels de introductie van een kwaliteitssysteem;
  • Er komt een uitgebreidere meldingsplicht m.b.t. archeologie en informatie over het erfgoed dient toegankelijk te zijn;
  • Publiek dient intensief bij het erfgoed betrokken te worden.


www.overheid.nl